geprint van http://haarlem.city-map.nl/city/db/870501090902/actievere-rol-overheid-op-huizenmarkt

Actievere rol overheid op huizenmarkt

Had de overheid meer kunnen doen om de 'explosieve' prijsstijging op de huizenmarkt tegen te gaan?

Hoe heeft het zover kunnen komen?

De periode 1995 - 2008 was vooral een periode waarin het allemaal niet op kon. Nederlanders kregen meer te besteden door een hoger inkomen, er was meer werkgelegenheid en de rente op de kapitaalmarkt daalde wereldwijd. Mensen waren bereid meer te betalen voor een huis en de banken en hypotheekverstrekkers speelden daar handig op in door meer geld te lenen. Bij de aankoop van een huis stond niet het inkomen voorop, maar de hoogte van de lening. Waar de banken hierin te kort schoten was het informeren van de consumenten welke risico's een dergelijke hogere lening met zich meebracht. De consument was helemaal niet op de hoogte van de constructies die schuilgingen achter deze complexe producten. In plaats daarvan verstrekten zij meer en meer leningen en boden zij een diversiteit aan zogenaamd 'gunstige' hypotheekproducten aan. Men kon soms wel tot 7 keer hun inkomen lenen en kreeg hypotheekproducten die de waarde van het huis ver overstegen. Deze hypotheekproducten, die gretig aftrek hadden, zorgden op hun beurt voor een explosieve stijging van de huizenprijzen in de jaren negentig. Het aanbod van huizen echter, groeide niet evenredig, maar bleef juist ver achter bij de vraag naar koopwoningen. De bouwbedrijven, grondbezitters, gemeenten en banken hadden belang bij de stijgende prijzen. De winst werd onderling verdeeld. De vraag was groter dan het aanbod en een beetje langer wachten met de aanbouw kon geen kwaad, het stuwde de huizenprijzen verder omhoog. De bouwbedrijven leunden daarom lekker achterover.

Daarnaast was het ook nog eens interessant om een hoge hypotheek af te sluiten vanwege de hypotheekrenteaftrek. Hoe hoger de hypotheek, des te hoger de hypotheekrenteaftrek.

Moeten de restschulden worden kwijtgescholden? En zo ja, wie draait dan voor de kosten op?

De huidige discussie om de woningmarkt weer gezond te maken gaat om het dan wel niet kwijtschelden van de restschulden. Immers, dit kan de verkoop van huizen een boost geven, waardoor de huizenmarkt weer op gang komt. Maar de vraag is, wie dan voor deze schuldsanering op moet draaien: de overheid, de banken, de belastingbetaler? Het geld moet immers ergens vandaan komen.

Voor huizen waarbij de huizenprijs onder de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) vallen wordt de restschuld al kwijtgescholden. Maar alleen in speciale gevallen, zoals bijvoorbeeld een scheiding.

Maar wat gebeurt er met de restschuld bij hypotheken die deze grens overschrijden en niet onder de NHG vallen?
Sinds 1 januari 2013 is het mogelijk om de restschuld mee te laten financieren in een nieuwe hypotheek. Dit heeft minister Blok van Wonen en Rijksdienst besloten. Op deze manier wil hij ingrijpen om de vastzittende woningmarkt weer op gang te krijgen. Voorheen was dit een uitzonderingsmogelijkheid, maar sinds dit jaar mogen banken huizenverkopers met een restschuld meer lenen dan 105 procent van de woningwaarde. Banken hebben dus de mogelijkheid om een restschuld mee te financieren, alleen gebeurt dat niet altijd.


Ook mogen huizenbezitters gedurende 10 jaar de rente op een restschuld aftrekking van de belasting. Dit mag ook bij een persoonlijke lening, maar daar is die rente een flink stuk hoger en komt er een deel voor eigen rekening. Volgens Vereniging Eigen Huis kan een extra lening ook nog eens een probleem worden voor je nieuwe hypotheek. Banken kunnen bijvoorbeeld zeggen dat je eerst je lening moet aflossen voordat je een nieuwe hypotheek krijgt.

De kredietcrisis

Met de kredietcrisis in 2008 kwam echter de ommekeer. De huizenprijzen daalden fors, met gemiddeld 20 procent. Dit had tot gevolg dat veel huiseigenaren in financiële problemen kwamen, doordat zij of met een restschuld kwamen te zitten, of omdat hun huis onverkoopbaar bleek te zijn. Ook kwamen de partijen die grof geld verdienden aan de huizenmarkt, zoals banken en bouwbedrijven, zwaar in de problemen.

En de huidige situatie is niet veel anders. De prijzen van koopwoningen in ons land blijven dalen! Inmiddels staan 1 miljoen huizen ‘onder water’. Het aantal mensen dat hun huis met een restschuld heeft verkocht stijgt inmiddels dramatisch. Veel huizen-onder-water zijn van jonge mensen die nog maar kort actief zijn op de huizenmarkt. Een eventuele restschuld dragen ze lang met zich mee, belangrijke beslissingen over werk, kinderen en grote uitgaven worden uitgesteld. En zo wordt de crisis alleen maar groter en lijkt een oplossing steeds moeilijker. Want veel economen zien de stagnerende huizenmarkt als belangrijkste reden waarom we het economisch zoveel slechter doen dan de landen om ons heen.

Wat was de rol van de overheid?

Waar was de overheid? Waarom heeft de overheid het zover laten komen? Had de overheid niet eerder in moeten grijpen door bijvoorbeeld de hypotheekrenteaftrek in te perken? En waarom heeft de overheid de woningproductie geen halt toegeroepen? Ondanks verschillende waarschuwingen voor de oplopende nationale hypotheekschuld van instanties zoals De Nederlandsche Bank, de Consumentenbond en diverse wetenschappers, voelde de overheid geen urgentie om in te grijpen. In het rapport ' Kosten Koper' zet de tijdelijke Kamercommissie uiteen hoe het allemaal zover heeft kunnen komen en welke maatregelen er getroffen moeten worden om de huizenmarkt weer gezond te maken. De belangrijkste aanbevelingen uit het rapport ' Kosten Koper',dat de tijdelijke Kamercommissie samenstelde zijn, dat de Rijksoverheid een actievere en grotere rol moet gaan spelen op de huizenmarkt. Zij moet ingrijpen als banken te makkelijk hoge hypotheekproducten verstrekken en de bouwproductie aanjagen als die achterblijft bij de vraag.